Planten en Verzorgen
Rhododendrons zijn in principe sterke en langlevende planten maar stellen wel enige eisen aan hun standplaats. Om een lang leven te garanderen en ze in optimale conditie te houden is het raadzaam om het onderstaande in acht te nemen.
- Een rhododendron groeit en bloeit het mooist in een zogeheten halfschaduw-omgeving. Zoek dus een plaats uit die zowel zon als schaduw heeft.
- Een rhododendron stelt de volgende eisen aan de grond: De zuurgraad (pH) moet voldoende laag zijn en ze verlangt een goede verhouding tussen luchtdoorlatendheid en watervasthoudend vermogen. Deze factoren zijn van essentieel belang voor een goede gezonde groei. Ze zijn alle drie positief te beïnvloeden door menging van turfmolm door de grond.
- De optimale pH-waarde ligt voor de klassieke rhododendrons tussen de 4,2 en 5,5. Voor de rhododendrons op kalktolerante onderstam ligt de juiste pH-waarde tussen de 4,5 en 6,5. De pH-waarde van de grond is te verlagen door vóór het planten turfmolm aan te brengen en te mengen met de grond in het plantgat. Hierdoor wordt tevens het organische stofgehalte van de bodem verhoogd.
- Het is raadzaam om jaarlijks een mulchlaag van turfmolm en/of bladeren of dennennaalden aan te brengen. Géén compost aanbrengen! Compost heeft een te hoge pH-waarde en kan teveel zout bevatten. Verdere bemesting is nauwelijks nodig.
- Een rhododendron wortelt oppervlakkig en in de breedte. De structuur van de wortels is heel fijn. Het is belangrijk dat het plantgat groot is, zo'n drie keer de kluitomtrek en ongeveer even diep als de kluit dik is. De rhododendron mag nooit dieper geplant worden dan dat deze in de kwekerij heeft gestaan. Het plantgat kan dichtgemaakt worden met een mengsel van turfmolm en aarde.
- Rhododendrons voelen zich het best als ze niet te nat staan en wanneer overdadig water snel afgevoerd kan worden. Na aanplant dient gedurende droge periodes in het voorjaar en de zomer water gegeven te worden. Hierbij geldt echter: niet te veel!
- Voor het ultieme resultaat kunt u overwegen na de bloei de uitgebloeide bloemen uit te breken. Dit gaat gemakkelijk door de bloemtrossen te buigen. Tevens kunnen de planten na de bloei gesnoeid worden of kunnen de nieuwe jonge scheuten getopt worden. Door het nemen van de hierboven genoemde maatregelen ontwikkelen zich meer nieuwe groeiknoppen en verspilt de plant geen energie aan zaadvorming.